Vanaf 1916 was het al mogelijk Tilburg per schip aan te doen, hetgeen met name gedaan werd voor de aanvoer van steenkool ten behoeve van de stoommachines en de aan-en afvoer van de vele (half)producten voor de zich sterk ontwikkelende industriestad.
Na de opening van het Wilhelminakanaal werd de Piushaven een belangrijke schakel in het netwerk van beurtvaartdiensten dat Noord-Brabant met de rest van Nederland verbond.
Vanaf de opening van de Piushaven in 1923 tot 1965 voeren gemotoriseerde beurtscheepjes de haven in en uit, op weg naar voornamelijk de Randstad.
In 1920 onderhielden twee beurtvaartmaatschappijen de diensten op Tilburg: de Hollandsche Buurtspoorwegen met 4 schepen genaamd ‘Stad Tilburg’ en de Hanze Stoomboot Onderneming. Deze laatste was op 4 april 1918 opgericht en voer met vier schepen met de naam ‘Hanze’ van Tilburg op Rotterdam en Amsterdam vanaf Lijnsheike (langs het Wilhelminakanaal dus niet vanuit de Piushaven; het gebouw staat er nog en gaat worden gerestaureerd).
Beurtvaart, het varen op je beurt volgens een vaste dienstregeling voor zowel vracht als passagiers, nam in de eerste helft van de twintigste eeuw in het binnenlands vervoer toch nog wel een belangrijke plaats in, maar nu voornamelijk voor het goederenvervoer. De rol van de trekschuit en het beurtschip in het passagiersvervoer was al lang overgenomen door de spoorwegen en de personenauto zou niet lang meer op zich laten wachten. Voor ieder huis een autootje!
Begin jaren twintig zijn er vier vaste beurtvaartdiensten in Tilburg: van de Hollandsche Buurtspoorwegen, de NV Zuid-Nederlandsche Stoombootdiensten, NV Verschure’s Stoombootdiensten en van Beurtvaartdiensten Te Winkel en Oomes. Verschure is een landelijk bedrijf dat we tot in het noorden van Nederland tegenkomen. De Hollandsche Buurtspoorwegen varen zelfs naar Zaandam en Utrecht. In 1926 komt er nog een onderneming bij: Koning’s Stoombootdiensten dat het maar drie jaar volhoudt en dat in 1929 weer stopt: een eerste teken, dat de beurtvaart zijn langste tijd heeft gehad. Vervoer over water voor kleine hoeveelheden stukgoed kan tenslotte niet meer concurreren met de vrachtauto. Het volgende slachtoffer is de Zuid-Nederlandsche Stoombootdiensten opgedoekt in 1933 gevolgd door De Hollandsche Buurtspoorwegen die in 1936 stoppen. Er blijven er twee over: Te Winkel & Oomes en de Brabantse Beurtvaartcombinatie Koppe -Van der Schuit, die op 2 april 1955 wordt opgeheven.
De dienst op Amsterdam vanuit Tilburg komt in 1947 te vervallen, om drie jaar later weer opgepakt te worden, maar in 1965 houdt het laatste beurtvaartbedrijf Te Winkel & Oomes het ook voor gezien.
Schraven Eijsbouts was het eerste graanoverslagbedrijf in de Piushaven. Havenmeester Joop Diepenhorst heeft gedurende zijn havenmeesterschap de schepen nauwkeurig geboekt. Onder andere dankzij zijn logboeken heeft Stichting Thuishaven Tilburg, redder van de Piushaven in de jaren 90 van de vorige eeuw, het belang van de Piushaven herontdekt. Dit leidde onder meer tot een geschiedenisboek over Wilhelminakanaal en Piushaven: Kanaal op het zand (uitgegeven in eigen beheer).